EUROPEES EIKEN

Deze eiken stammen worden direct vanaf het bos geleverd aan zagerijen en fineerbedrijven. Daarnaast worden steeds meer eiken in kortere lengtes gebruikt in de waterbouw o.a. op paalhoofden (golfbrekers).

Onder de term Europees eiken, ook wel inlands eiken genoemd, wordt verstaan de eikensoorten zomereiken (Quercus robur) en wintereiken (Quercus petraea). Ze zijn van elkaar te onderscheiden door de vorm van het blad, maar vooral door de manier waarop de eikels aan de boom groeien. Bij de zomereik staan de eikels als het ware op een steel. In Duitsland spreekt men dan ook van “Stieleiche”. Bij de wintereik hangen de eikels in trosjes bijeen en deze eiken worden in Duitsland aangeduid als “Traubeneiche”. Verder staan wintereiken langer en eerder in het blad. In Nederland is ongeveer 2 % van de eiken wintereiken en is dus het overgrote deel van de eiken zomereiken. In Duitsland is ongeveer 40 % van de eiken wintereiken, maar er zijn grote regionale verschillen.

Het hout is afkomstig uit reeds generaties lang duurzaam beheerde bossen, die in toenemende mate F.S.C.- of P.E.F.C.- gecertificeerd zijn of worden. Deze afkortingen staan voor Forest Steward Council en Pan European Forest Certification.

Dit loofhout wordt ingedeeld in duurzaamheidklasse II, hetgeen impliceert dat het hout een geschatte levensduur heeft van 15 tot 25 jaar, uitgaande van de minst gunstige omstandigheden waarbij er sprake is van grond-watercontact.

Stamhout wordt geleverd in bepaalde doorsnede-klassen en kwaliteits-klassen. In Duitsland wordt in dit verband gesproken over “Stärkeklasse” en “Güteklasse”. Afhankelijk van de middendoorsnede van de stam hanteert men een indeling van 0 tot en met 6+. De kwaliteit wordt aangeduid met de letters A, B, C en Cgw.

Gemiddeld zijn altijd 700 m³ in voorraad in de diverse kwaliteiten en doorsneden. Wat niet in voorraad is kan meestal op korte termijn worden aangekocht.

Bij de indeling in dikteklassen (“Stärkeklasse”) wordt uitgegaan van de middendoorsnede zonder schors.

De indeling van loofhout ziet er dan als volgt uit:

  • beneden de 10 cm 0
  • van 10 tot en met 14 cm 1a
  • van 15 tot en met 16 cm 1b1
  • van 17 tot en met 19 cm 1b2
  • van 20 tot en met 24 cm 2a
  • van 25 tot en met 29 cm 2b
  • van 30 tot en met 34 cm 3a
  • van 35 tot en met 39 cm 3b
  • van 40 tot en met 49 cm 4
  • van 50 tot en met 50 cm 5
  • van 60 cm en meer 6+

Bij de kwaliteitsindeling (“Güteklasse”) wordt foutvrij hout aangeduid als A-kwaliteit. Dit hout is vooral bedoeld als fineerhout. Kleinere afwijkingen zoals een geringe kromming en een beperkt aantal gezonde noesten leiden tot een kwalificering als B-hout. Het grootste gedeelte van dit hout wordt gebruikt als meubelhout. Hout dat niet in A of B valt te kwalificeren valt in de groep met C-hout. Dit hout is geschikt als constructiehout voor bijvoorbeeld een dakkapel of serre. Hout tenslotte met veel en zachte noesten, hout met hartrot of hout dat gedraaid is gedurende de groei van de boom, valt in de categorie Cgw en is in feite alleen geschikt als pallethout.

Desgewenst kunnen wij de stammen voor u laten verzagen, eventueel drogen en nog verder bewerken. Met het oog op de daarvoor benodigde tijd dient u uw wensen tijdig kenbaar te maken.

Gekloofde eiken palen worden al eeuwenlang gebruikt als afrasteringspalen, die uitstekend passen in het landschap. Desgewenst in lengtes tot 250 cm leverbaar. Poorten of andere landschapselementen uit eiken zijn zo goed als onverslijtbaar. Voor meer informatie omtrent eiken rasterpalen en poorten klik op ‘Rasterpalen en poorten uit eiken’.

Eiken palen in lengtes van bijvoorbeeld 3,50 en 4,00 meter zijn ongeschild en ongepunt uitstekend bruikbaar op golfbrekers langs de kust en op kribben langs de rivieren. Wij duiden dit soort palen aan als trilpalen.